SECTOR 124

Proloog - de thuiskomst

Bericht
Het was een milde winterse ochtend op Terra, zoals van tevoren aangekondigd. Het klimaat op Terra was reeds decennia terug grotendeels onderworpen aan de met rasse treden vooruitschreiende technologie van de Federatie. [Censuur] deed die ochtend precies wat hij altijd deed, althans ongeveer 250 dagen per jaar dan. Nadat hij door middel van een inlogcode de deur had geopend en het gebruikelijke welkomstwoord van de computer had aangehoord, betrad hij zijn kantoor om nog even de laatste loodjes te leggen aan de les van vandaag. De leerlingen zouden vandaag twee uur lang moeten luisteren naar een boeiende monoloog over de wijze strategische lessen die [Censuur] had weten te destilleren uit de Hannibalische Oorlog. Het middagblok zou gaan over de toepassing van die lessen op moderne ruimtestrategie en tactiek. Hij had er zin in!
Na kort de laatste feitjes gememoriseerd te hebben, was hij er klaar voor - het spektakel kon beginnen! Lopend door de hal ontving hij de gebruikelijke blikken van studenten en collega-docenten; die blikken varieerden van verbazing en gegiechel over [Censuur]'s uiterlijk tot respect en sympathie, maar de meesten hielden het ondertussen op onverschilligheid. Ach, wat verwachtte hij nou? Hij was de enige in uniform hier... Toen bij de ingang van zijn bestemming twee studenten in de houding sprongen, de wenkbrauwen samentrokken en al saluerend "Studenten Zorax en Pask'r melden zich voor les, meneerrrrr" uitbulderden, wist [Censuur] het zeker: het was net zo'n dag als iedere andere.

Bijna twee uur later waren nog zeker 26 studenten wakker. Maar de grande finale moest nog komen natuurlijk. [Censuur] maakte zich net op voor het klapstuk, namelijk een stevig robbertje discussieren over strategische keuzes, toen een licht trillend gevoel over zijn rechterbovenbeen trok. Het was zijn trilalarm. Boodschap? Wie kan dat nu zijn? "Dat zie ik later wel", dacht [Censuur]. Nadat zelfs de meest vastberaden studenten tekenen van een verminderde hartslag begonnen te vertonen, besloot [Censuur] dat het tijd was om ze met rust te laten. Met de woorden "Anderhalf uur reces, overpeins het gezegde van vanochtend en bereid hoofdstuk 14 van mijn boek voor . Jullie inbreng wordt verwacht tijdens de middagdiscussie" werd het college afgesloten. Het merendeel van de studenten gaf een applaus, maar [Censuur] kon nooit helemaal raden of ze klapten vanwege de kwaliteit van het college of omdat er steevast anderhalf uur reces zat tussen zijn ochtend- en middaglessen.

Onderweg naar kantoor kwam de eerder gekregen boodschap tevoorschijn. Het was een simpel tekstbericht van slechts een woord. Bij het lezen van dat woord bolden [Censuur]'s ogen bijna uit hun kassen! Even dreigden zijn vingers de grip op het apparaatje te verliezen, maar plotseling bewust van elke beweging die hij wel of niet maakte, herpakte [Censuur] zichzelf. Schichtig keek hij om zich heen om te zien of niemand hem in de gaten hield om zijn reactie te peilen. Als dat wel het geval was, had hij waarschijnlijk reeds gefaald. Met een gespoede tred begaf [Censuur] zich naar zijn kantoor - hij moest dringend iemand spreken. Eenmaal aangekomen legde hij zijn MCU (Mobile Communications Unit) op het bureau, terwijl hij zelf achter zijn computer plaatsnam. Het bericht stond nog op het schermpje...in grote letters stond er: "CLEAVER".

Iemand wist wie hij werkelijk was, iemand wist hoe hij op een beveiligd kanaal bereikt kon worden - maar wie? Het was nu zaaks om zo snel mogelijk te achterhalen waar dat bericht vandaan kwam. Het was tijd om het Instituut achter zich te laten, in ieder geval voor nu. De veiligheid van Cleaver was hier niet langer gegarandeerd. Via de MCU werd zijn huisbediende bereikt: "Ik ben het" "Meneer?" De bediende was duidelijk verrast omdat de heer des huizes normaliter niet overdag belde, wanneer deze zich op het Instituut bevond. "Pak al mijn belangrijke zaken in, maximaal 2 ton"
"Twee ton? Wat is dat voor rare maat? Ehm, hoeveel koffers zijn dat?"
"Twee ton is de maximale laadcapaciteit van mijn priveshuttle idioot!" Tss, dat krijg je als je een burger inhuurt als aide-de-camp. Of had er nou toch gewoon 'butler' in de vacature gestaan?
"Denk aan mijn persoonlijke dossiers, foto's, geld, waardepapieren, identiteitsbewijzen en uniformen. Oh ja, en voedsel voor een maand."
"Meneer?" Stamelde de butler.
"Je hebt me gehoord en zorg dat het klaar staat over twee uur. Ik kom voor die tijd thuis maar zal niet lang kunnen blijven."
Het gesprek werd onderbroken door gebons op de deur. Meteen was Cleaver alert; hij bleef muisstil, verbrak zo zachtjes mogelijk de verbinding en tuurde door de kamer op ontsnappingsroutes - het raam!
Stilletjes deed Cleaver het raam achter zich dicht en liet de harde schijf van zijn computer in zijn tas glippen. Hij kon momenteel het beste elk contact vermijden, zelfs met studenten of collega's, want stel je voor dat zij dan opeens als verdacht werden bestempeld in deze zaak? Wat 'deze zaak' precies voorstelde moest natuurlijk nog worden vastgesteld. De groene graspollen van het gazon dempten het geluid van zijn laarzen een tikkeltje. Terwijl niemand hem leek te zien, wenkte Cleaver een voorbijkomende zweeftaxi en gaf de chauffeur opdracht om eerst een uur lukraak rond te crossen alvorens hem naar zijn villa te brengen. Eenmaal onderweg kon Cleaver eindelijk de handphaser die hij onder zijn uniform stevig in zijn rechterhand had vastgehouden, terug in de holster doen.

Dakloos
De butler liet hem binnen en meteen stoof Cleaver naar de bovenverdieping om vanaf zijn slaapkamer de straat te bestuderen - zou hij gevolgd zijn? Na een kwartiertje was hij gerustgesteld en keerde terug beneden. "Is alles ingepakt volgens instructie?"
"Jawel meneer, alles staat al in uw shuttle."
"Uitstekend, ik dank je voor alle bewezen diensten - ik zal je rijkelijk belonen, want je bent erg loyaal geweest en hebt me nooit teleurgesteld", zo sprak Cleaver op uiterst serieuze toon.
"Pardon meneer, ik volg u niet helemaal...?" De goede man wist niet wat er komen ging, het was maar goed ook.
Plots flitste de handphaser van onder Cleaver's uniformjas die hij niet zonder reden had ontknoopt. De arme drommel stortte ineen en zou pas de volgende dag wakker worden - dan zou Cleaver hier niet meer zijn. Het was voor zijn eigen veiligheid natuurlijk, aangezien de butler niet kan verraden wat hij niet weet. Met een dikke zestien uur voorsprong zou Cleaver waarschijnlijk al moeten zijn op de bestemming die hij nu voor ogen had. Een begeleidende brief -die later opgestuurd zou worden- en genoeg geld om zelf een butler te huren zouden een passende beloning zijn voor de bewusteloze bediende.

Nu de butler in een diepe slaap was, kon Cleaver eindelijk een verborgen controlepaneel gebruiken. Hij had het sinds deze villa gebouwd was nooit gebruikt en alleen hij wist van de locatie, diep in de noordelijke muur. Na een minuutje opstarten kwam er een schermpje met een prompt. Snel typte Cleaver een inlogcode in. Wachten, wachten, wachten... Eindelijk! Het programma werkte nog! Er werd contact gezocht met een verre computer, via een zwaarbeveiligde zender. Cleaver bereidde zich voor op het gesprek, want dat mocht niet lang duren - de stoorzenders die de lijn veilig hielden waren zo sterk dat deze makkelijker getraceerd konden worden dan de transmissie zelf. Plots verscheen er een oud uitziende Klingon, met verschrikkelijke littekens op het gezicht; de oude houwdegen was overduidelijk blind.
"Ik had u niet verwacht!" sprak de Klingon.
"Ik ook niet, maar iemand kent mijn identiteit hier - ik kan hier zo niet blijven."
"Begrijpelijk, maar hoe komt u weg?" vroeg de Klingon.
"Er is maar een keuze: ik moet een interstellaire sprong wagen met mijn shuttle."
"Dan zult u eerst voorbij de vluchtplankeuring moeten komen - en nergens is die zo zwaar als op Terra. Daarna dient u een lift te krijgen van een groot vrachtschip om uw shuttle dichtbij genoeg te krijgen."
"Klopt, maar ik heb nog contacten die me daarbij kunnen helpen en ik weet waar ik ze kan bereiken. Gelukkig is dat op de enige plaats waar ik immer veilig zal zijn op Terra", sprak Cleaver vol vertrouwen. "Eh, welke plaats mag dat zijn dan?"
"Dat vertel ik je later. Zorg jij nou maar dat mijn sterbasis gereactiveerd word - ik kom eraan!"
En daarmee werd de transmissie beeindigd. Het was nu tijd om te gaan, want het zou hooguit een half uur tot een uur duren eer het Communicatie & Interferentie Agentschap de stoorzenders zou traceren. De villa zou dan ongetwijfeld met een bezoekje vereerd worden.

Met het omhalen van een handvol schakelaars was de shuttle al direct vliegklaar. De afstandsbediening opende de garagedeuren en hopla, daar schoot Cleaver weg door het luchtruim.

"Op naar het Roze Hondje!"

Het Roze Hondje
De shuttle werd in een steeg vlakbij het Roze Hondje achtergelaten - vanaf nu moest Cleaver te voet. Onderweg rook hij iets bekends...een zure geur? "Hmmm, het doet me denken aan, aan...nee, dat zal toch niet?" Even bleef hij stil staan, maar liep vervolgens hoofdschuddend verder, terwijl hij zonder het te merken een plasje half opgedroogd braaksel passeerde. "Hoe groot is de kans nou dat uitgerekend die officier hier zojuist is geweest!", dacht hij nog bij zichzelf.

Het Roze Hondje was redelijk rustig. De uitsmijter was zojuist bezig een lastige klant eruit te zetten en de afleiding die dit opleverde was precies wat Cleaver -inmiddels met een lange jas over zijn uniform- nodig had. Eenmaal binnen speurde hij de kamer af. Hij was op zoek naar een verdacht sujet met een lange jas aan...hmmm, aan die beschrijving bleken zo ongeveer alle gasten te voldoen - inclusief hijzelf! En toch was er eentje, niet geheel verrassend gezeteld in een donker hoekje, die er wat verdachter uitzag dan alle anderen - dat moest hem zijn!
"Ik hoorde dat ik jou kon spreken als er iets geregeld moest worden, tegen gepaste betaling uiteraard." Er was geen tijd voor kletspraat; meteen zeggen waar het op stond.
"En wie zei dat dan?" kwam het antwoord.
"Een stel voormalige officieren en stamgasten van deze tent." Zo, met deze referenties zou het wel goed komen dacht Cleaver.
"Hmmm, wat wil je geregeld hebben? Een 'vervroegde pensionering'?" zei de man met een plotselinge glinster in zijn ogen.
"Nee nee, ik wil een Federaal goedgekeurd vliegplan hebben voor mijn Type XXIII shuttle, zodat ik het Terra systeem kan verlaten. Oh ja, ik heb tevens een lift nodig aan boord van een vrachtschip. Dat dient me op te pikken en vervolgens naar deze locatie te brengen - van daar kan ik alles zonder hulp", zei hij terwijl hij een galactische kaart erbij pakte en een asteroidengordel aanwees.
"Dat is niet zo gemakkelijk hoor, weet je wel wat he...", de mond van de man viel open toen Cleaver hem een tot het maximum opgeladen naamloze creditcard toeschoof.
"Dit is voor jou. Die krijg je als het geregeld is; ik moet hier vanavond weg zijn."
"Vanavond? Denk je dat ik kan toveren, zoiets kost tijd?" reageerde de man, enigszins gepikeerd.
"Ik weet dat het tijd kost, daarom kom ik naar jou - ik heb gehoord dat jij echt kan toveren!", en met die woorden overblufte Cleaver deze sjacheraar die nu niets anders kon doen dan inschikkend knikken.
"8 uur vanavond klaarstaan met je shuttle!" zei de man terwijl hij opeens haastig opstond.

Interstellaire "vlucht"
Cleaver begon een tikje nerveus te worden. Clandestiene operaties waren niet helemaal zijn ding; liever betrad hij het slagveld met open vizier. Nu was het bijna 8 uur en nog steeds was er geen spoor van zijn contactpersoon.
Plots stond de duister geklede man vlak voor Cleaver's gezicht - hij was kennelijk wel goed in clandestiene operaties! Cleaver had hem niet aan zien komen.
"Hier zijn je documenten, stop deze chip in je boorcomputer en dan kun je de dampkring verlaten en een sprong maken. Eenmaal aan de andere zijde wacht de Electora V op je, je kunt je shuttle in Laadruim 4 kwijt en ik heb deze kajuit voor je geboekt."
De creditcard wisselde van eigenaar en Cleaver liep terug naar zijn shuttle met zijn redding in handen.

Even later steeg de shuttle langzaam op. "Niet te snel gaan nu, want daarmee vestig ik alleen maar de aandacht op me", dacht Cleaver nog. Traagjes telde de hoogtemeter de kilometers op. Net voor het verlaten van de dampkring werd de shuttle opgeroepen door een geautomatiseerd signaal: de haven controleerde op deze wijze elk in- en uitgaand schip. Het signaal logde in op de boordcomputer en controleerde de vluchtgegevens en valideerde de toestemming. Het was een spannend moment...het gepiep en geflikker van dan weer rode, dan weer witte, groene of zelfs blauwe lichtjes maakte Cleaver toch wel erg zenuwachtig. Hij moest zijn bezwete handen inhouden anders zouden deze uit eigen beweging de stuurknuppel hebben aangetrokken tot een hogere klimsnelheid.
Na ongeveer anderhalve -overigens zeer spannende- minuut, hield het gepiep eindelijk op: alle lichtjes stonden op groen, dus het had gewerkt!

De Federalen hadden niets door gehad terwijl Cleaver zijn ontsnapping van Terra doorzette. Nu restte hem niets anders dan de Electora V te vinden na de eerste sprong...

Saai
Ongeveer 22 dagen duurde de reis. Het was vooral saai. Het was nu eenmaal beter om niet teveel aandacht te trekken, dus dientengevolge verliet Cleaver zelden zijn kajuit. Hij ging er alleen op uit om zijn shuttle dagelijks te controleren - hij moest er dadelijk blindelings op kunnen vertrouwen.

Verder kon hij alleen maar wachten.

Op het moment dat de kapitein van het vrachtschip hem een seintje gaf, kreeg Cleaver een half uur om het schip te verlaten op de co÷rdinaten die zij aan het begin van de reis afgesproken hadden.
Een uur later was er van de Electora V alleen een klein wit stipje te zien. De ontsnapping aan de Federatie was gladjes verlopen! De shuttle werd geprogrammeerd met een koers naar een verraderlijke asteroidengordel, waar alleen kleine schepen zomaar zonder loods doorheen konden komen.

Thuis, maar niet in huis
De rit was snel. Zonder enig incident werd de gordel bereikt. Daar aangekomen moest Cleaver over op handmatige navigatie. Het duurde niet lang of er verscheen een echo op de radar. De scanner toonde een object recht vooruit... het einddoel!

Wat later koppelde de shuttle aan een oude, wat vervallen uitziende sterbasis die veilig in een open ruimte van de asteroidengordel lag. "Een likje verf had wel gemogen in mijn afwezigheid", schertste Cleaver terwijl hij de luchtsluis betrad.
Even later werd hij begroet door de blinde Klingon die hij reeds via de geheime transmissie had gesproken. Naast blindheid was de oude krijger ook nog gekluisterd aan een zweefstoel. Hij was de voormalige tactische officier van de Aurak. Dat schip werd ooit door Photons en Phasers uiteen gereten en deze Klingon was samen met een honderdtal andere in een relatief intact stuk van het wrak in leven gebleven tot Cleaver ze met zijn vlaggenschip kwam ontzetten. De schande om een dergelijke calamiteit te overleven was ondraaglijk en velen waren daarnaast gewond. Zij konden niet terug naar het Klingonrijk, maar Cleaver bood ze een functie als garnizoen op zijn eigen nog op te richten geheime basis. Zo geschiedde en aldus kon Cleaver altijd rekenen op een kleine maar loyale kern van getrouwen.

Het plan
Cleaver keek zijn ogen uit.
"Hoe lang ben ik hier niet geweest? Elf of twaalf jaar?"
"Zoiets, ik denk twaalf", antwoordde de Klingon. Tsja, hij kon geen kalender bekijken natuurlijk.
"Ik moet mijn oude kameraden benaderen via een veilig kanaal. Ik moet ze waarschuwen, want zij kunnen net zo goed erin worden geluisd."
"Met alle respect, maar totnogtoe is niet vastgesteld waar u nu precies 'in bent geluisd'" sprak de Klingon enigszins temperend.
"Je hebt gelijk, maar ik moet het weten - misschien kunnen ze achterhalen wie mij ontdekt heeft. Wat is de laatste informatie die de computer heeft over Anakin en Living Target"
"Living Target is ondergedoken op Terra en bouwt een publieke artistieke carriere op als dekmantel, dus die kunnen we voorlopig beter met rust laten."
"Hmmmm, ik begrijp wat je bedoelt; en Anakin dan?"
"Eveneens ondergedoken op Terra en schijnt schepen of andere geheime apparatuur te ontwerpen...maar de informatie over hem is al wat ouder en wellicht minder nauwkeurig."
"Dan ga ik hem toch proberen te berei...", een plots gepiep onderbrak Cleaver voor hij de zin af kon maken - er kwam een bericht binnen!
"Een transmissie? Niemand kent dit adres of locatie! Niemand weet dat ik hier ben...!"
"Er zijn wel personen die het adres hebben, maar die hebben het meer dan een decennium niet gebruikt", viel de Klingon bij. Cleaver was verbaasd, maar accepteerde het gesprek wel omdat hij zijn nieuwsgierigheid niet kon bedwingen. Op het scherm verscheen een breed lachende grijsaard. Hij droeg een uniform en op zijn boord waren liefst vijf sterren te zien...

"JIJ?" schreeuwde Cleaver naar het scherm. De grijsaard lachte slechts.
"Leef jij nog?! Niemand heeft je omgelegd in al die tijd?", ging Cleaver door, gegrepen door een woede waaraan hij zelden toegaf.
"Ik zeg niet dat er niets geprobeerd is, maar ik heb altijd goed voor mezelf kunnen zorgen" antwoordde de oude man met een sarcastische lach. Hij nam het initiatief in het gesprek over.
"Je verontwaardiging doet me deugd - had je echt niks door?"
"Dus jij zat achter dat bericht?", vroeg Cleaver die nu een beetje boos begon te worden: hij was namelijk gefopt.
"Ja, ik wilde je terug op je oude stek. Ik heb je namelijk nodig."
Deze grijsaard luisterde naar de naam groot admiraal Zjhors. Hij vertegenwoordigde al wat duister was aan de Federatie, aangezien hij al langere tijd de chef van de spionage- en contraspionagedienst was. Ten tijde van de grote oorlog tussen de Federatie, Romulanen, Klingons en Kzinti had hij een belangrijke rol door officieren te werven of om te kopen voor de Federatie. In die woelige tijden waren er teveel strijdtonelen voor de onderbezette marines van de ruziemakers; zelfs het Klingonrijk kwam leiders tekort.

Met zulk een gebrek aan competente officieren begon een groot galactisch bureau in te spelen op die situatie door zelf officieren voor flinke sommen geld of diensten aan de verschillende oorlogvoerenden te verhuren - het kwam geregeld voor dat een huurling per sector van betaalheer wisselde. Loyaliteit reikte zover als de limiet van een creditcard.
De huurlingen zelf streden uit idealisme, wraakgevoelens, geld, macht, eer of omdat ze op deze manier buiten de marines om toch aan een militaire loopbaan konden beginnen.
Nadat de oorlog ongeveer tien jaar terug verpieterde -het animo verdween, de financien waren op, de marines van alle reserves ontdaan- zonder dat er een echte vrede tot stand kwam, raakte het bureau in onmin met de grote rijken aan wie zoveel verdiend was. De Federatie, de Klingons etc., iedereen wilde plots het bureau aanklagen of confisceren om zo een hoop geld terug te winnen; de schatkisten waren erg leeg en er leek gemakkelijk poen voor het oprapen te liggen. Het bureau beschikte zelf niet over noemenswaardige gevechtscapaciteit - het leverde alleen de officieren. Deze vervielen nu van jagers tot opgejaagden.
Na de oorlog waren de meeste officieren hun leven niet meer zeker. In veel gevallen werden zij beschouwd als ordinaire criminelen: zij moesten onderduiken, vluchten naar een ver oord of onder een andere identiteit een nieuw leven proberen op te bouwen. De meesten wisten te ontkomen maar waren wel gedwongen de rest van hun leven achterom te kijken - de prijzen op hun hoofden waren niet gering.
Het bureau zelf raakte in verval. Alle archieven werden verborgen of vernietigd.

"Waar heb jij mij in vredesnaam voor nodig?" vroeg Cleaver verbaasd en geirriteerd. Het begon hem nu te dagen dat hij niet gevlucht was voor zijn leven, maar als een mak schaap misleid was en op reis was gestuurd om deze achterbakse groot admiraal te helpen bij wat voor plan deze voor ogen had.
"'Vredesnaam', interessant dat je die term gebruikt...zo vredig is het momenteel allemaal niet" antwoordde de vlagofficier.
"Wat bedoel je?" een frons gijzelde de wenkbrauwen van Cleaver.
"Het zit zo: sinds enkele jaren is er weer sporadisch geweld om dezelfde oude redenen in dezelfde oude sterrenstelsels tussen dezelfde oude kemphanen. De Federatie heeft commandanten nodig." Voor het eerst leek Zjhors geheel oprecht.
"Ik dacht dat je mij wilde berechten voor de krijgsraad, na de nederlaag in sector FA212?"
"Dat is overwogen, maar eerlijk gezegd hebben jullie het toen best goed gedaan. Hoewel die sector niet veroverd werd, was het wel een van de laatste oprispingen van onze vloot. We hebben het jullie ook niet openlijk nagedragen - hoe denk je anders dat jij aan die baan bij Instituut Klingondael bent gekomen? Dacht je soms dat we niet wisten dat jij het was?" schaterde Zjhors uit. "Nog bedankt dat je het ons zo makkelijk maakte door jezelf als commander te presenteren." vervolgde de oude man. "Ik kon mijn ogen niet geloven toen ik het dossier te zien kreeg!"
Cleaver liet zijn hoofd lichtjes zakken, terwijl zijn kaken plots klemvast raakten. Met het schaamrood nog op zijn wangen kon hij niets anders dan een onverstaanbaar gemompel uitbrengen.

Cleaver had na zijn actieve carriere rondgezworven door de marges van de maatschappij. Hij overwoog allerlei carrieres maar kon zich nergens voor inzetten - hij miste het militaire leven. Dat veranderde toen er een vacature kwam bij Instituut Klingondael voor een leraar militaire geschiedenis. Onder een valse identiteit wist hij de positie te bemachtigen. Hij kon het echter niet laten te claimen dat hij een voormalige commander van de Federatie was. Nogal riskant, want het antecedentenonderzoek zou zomaar iets heel anders kunnen aantonen. Kameraden van het Roze Hondje hielpen hem aan een vervalst dossier, al bleef het spitsroeden lopen. Het IK accepteerde het gelukkig en dat was het begin van een loopbaan als docent. Cleaver was er een rariteit: hij liep steevast in uniform rond, deed of hij nog bij de marine zat en behandelde zijn collega's en studenten als officieren en manschappen. De studenten vonden hem maar vreemd, maar er heerste een stille afspraak tussen hen en Cleaver: zij zouden net doen alsof ze zijn verhalen -die er onherroepelijk tussenslopen- over sector dit of dat, voor zoete koek slikten, terwijl Cleaver ondanks zijn zelfgecultiveerde harde imago steevast niemand liet zakken. Militaire geschiedenis was sinds zijn aanstelling een van de populairste vakken, maar waar dat nou aan lag?

"Je dacht zeker dat ik nooit van het Roze Hondje had gehoord!" De groot admiraal ging maar door. "Je gaf jezelf op een zilveren dienblaadje aan me! Ik wist toen al dat ik daar ooit nog eens nut van zou hebben. Oh ja, dat vluchtplan heb ik persoonlijk gefiatteerd!" Een lange lachbui volgde.
"Jajaja, ik weet het nu wel, ik kan zelfs die huurcriminelen van het Roze Hondje niet meer vertrouwen!" zo onderbrak Cleaver hem. "Vertel me eens wat je precies van me wil."
"Mooi, je luistert eindelijk." De admiraal zette zijn serieuze blik op.
"In sector 124 wordt opnieuw gevochten, althans de geruchten wijzen op een offensief daar. Jij moet de Federatie leiden."
"Juist, en waarom zou ik?" vroeg Cleaver met enige irritatie.
"Nou, het is eerder dat als je het niet doet, ik je dossier misschien zou kunnen laten slingeren..."

Kennelijk had de Federatie diverse officieren -waaronder Cleaver- getraceerd, maar niet opgepakt omdat zij dachten er nog wat mee te kunnen - het riekte naar goedgeoliede chantage. De Federatie achtte het beslist niet beneden zich om voormalige officieren die ondergedoken leefden voor allerlei klusjes in te zetten en bij tegenslag te "verkopen" aan premiejagers: de Federatie keerde dan een lager bedrag uit aan de premiejager dan officieel hoorde in ruil voor het aanleveren van alle informatie voor de vangst. Zo kon de Federatie afkomen van lastige of onvoorspelbare officieren die nog wel eens wat beschamends over de Federatie konden onthullen. Bijna iedereen was er gelukkig mee, want de Federatie loosde op deze manier "legaal" lastige sujetten (de gebruikelijke straffen voor ex-officieren varieerden van 20 jaar dwangarbeid tot verplichte opname - in beide gevallen was het een virtuele doodstraf) en wanneer het nodig was, werd de premiejager op het hart gedrukt dat de officier in kwestie bijzonder vluchtgevaarlijk en onvoorspelbaar gewelddadig was - meestal werd het doelwit dan in minuscule deeltjes of vol ventilatiegaten overhandigd aan de Federatie.
Bij weigering wachtte Cleaver een zelfde lot.

"En als ik toestem?" vroeg Cleaver met een vragend gezicht. Hij had het antwoord al kunnen raden.
"Ehm, dan bewaar ik je dossier wat beter - in mijn privekluis nog wel."

Hij wist het niet zeker, maar Cleaver meende een klein gemeen glimlachje gezien te hebben toen de groot admiraal zijn 'tegenbod' op tafel legde.
"Vooruit dan maar! Geef op die vloot, want ik ben benieuwd waarmee de Federatie tegenwoordig het strijdtoneel betreed."
"Ehm" stotterde de groot admiraal.
"Pardon? Zeg het maar."
"Tsja, het zit zo: er is de afgelopen tien jaar weinig geld geweest voor ontwikkelingsprogramma's en nu hebben we dus geen nieuwe lijnschepen gebouwd. De anderen trouwens ook niet." De stem van de vlagofficier klonk haast apologetisch.
"De M-Klasse Kruiser? Jullie knokken nog steeds met die ouwe brikken? Koektrommels zijn het!" Een luide stemverheffing zette de woorden van Cleaver kracht bij. En hij ging door: "Ach, je hebt in ieder geval nog een hoop ervaren bemanningsleden van tien jaar terug - dat moet toch ergens voor tellen."
"Eigenlijk hebben we die toentertijd moeten ontslaan tijdens een vlootinkrimping. Budgettaire problemen he, je kent het wel" Het gezicht van de admiraal zou lachwekkend zijn als het niet zo'n ernstige zaak was.
"Dus ik mag op de brug van een koekblik orders gaan lopen roepen aan koksmaatjes en electriciens terwijl de Havikken, Defenders en D.VII's om ons heen suizen!? Je hebt wel lef hoor!" Cleaver was nu gewoon boos, er was helemaal niets veranderd bij de Federatie in al die jaren.

Perplex maar wetende dat er geen echte keuze was stemde Cleaver toe. Hij zou later die dag vertrekken naar sector 124 waar vier M-Kruisers op zijn aanwezigheid lagen te wachten.

"Oh ja, nog wat kleine dingetjes..." vervolgde de admiraal met grote ogen, alsof hij bijna iets vergeten was.
"De Klingons worden aangevoerd door iemand die vroeger niet van nonsens hield en wat betreft je oude maatje Anakin: die is niet langer dezelfde..." "Hoe weet jij dat dan? Heb je van hem ook een dossier in je privekluis?" vroeg Cleaver met een sneer.
"Hij heeft de Kzinti in 124 onder zijn hoede. Hij is nu wat...duisterder, je merkt het wel."
"Ik heb geen idee wat ik daarvan denken moet, maar de tegenstand is niet voor de poes, zo hoor ik al. En de Romulanen?" Nu wilde Cleaver echt alles weten. "Denk maar terug aan diegene die je vroeger goed dwarszat in sector 209 en daarna in 212." De admiraal kon slechts een man bedoelen. "Eddie Butcher!?" riep Cleaver uit.
"Dezelfde, ditmaal samen met broeder Kikoman in plaats van Daryl. Zie je, er was een reden dat ik jou voor deze sector koos - ik neem aan dat je tot op het bot gemotiveerd zult zijn." Sprak de admiraal met een serieuze blik.
"Dieper dan dat!"

Groot admiraal Zhjors wilde Cleaver nog succes wensen en zijn vertrouwen in de eindzege uitspreken, maar die laatste was al weggelopen - hij had orders te geven en voorbereidingen te treffen voor zijn afreis naar sector 124.